De mazen van de wet

 

Een van de wijze vrouwen uit de raad zat met gesloten ogen te overdenken wat ze allemaal gehoord had van hij die op aarde was geweest. Ze besefte maar al te goed dat haar laatste vragen niet informatief van aard waren geweest; eerder protesten van ongeloof en ontkenning verstopt in een zin met een vraagteken erachter. Ze wilde of kon het eigenlijk niet geloven.
Ten opzichte van de basisleefregels op Mars, die voldoende houvast boden voor een ordelijk leven stonden op aarde duizenden, misschien wel tienduizenden, wetten en nog veel meer regels. Alleen al het aantal was haar te veel geweest. Het leek wel of alles tot op het kleinste detail was voorgeschreven en uitgewerkt. Wat een zinloze bezigheid!
Pas toen dat echt tot haar doorgedrongen was kwam het belangrijkste pas; de manier waarop ze met die wetten omgaan. Ze vatte het in gedachten nog eens samen.
“De mensen kiezen democratisch een regering, een groep mensen die de plannen voor de komende jaren maakt en daar dan ook wetgeving over vaststellen. Vervolgens wordt door iedereen direct gekeken hoe die wetten kunnen worden omzeild. En als dat dan lukt dan ben je slim!”
Ze hadden er zelfs een soort uitdrukking voor: “De mazen van de wet opzoeken.”
Wetten werden dan kennelijk gezien als een visnet waarbij de regering probeerde zoveel mogelijk burgers te vangen. Wie een gat (een maas) in het net kon vinden, en dus niet gevangen werd, was slimmer dan de rest. Voor sommigen was dat een sport, voor anderen een goed verdiend beroep. Die deden de hele dag niets anders dan zoeken naar die mazen.
De wijze vrouw schudde haar hoofd opnieuw in ongeloof en onbegrip.
“En als die regering dat dan ziet, wat doen ze dan?” Had ze gevraagd.
“Dan passen ze de wet aan of ze maken een nieuwe.” Was het antwoord geweest.
Er was rumoer in de raad geweest. Iets wat zelden voorkwam. Ze was dan ook niet de enige die maar moeilijk kon snappen dat kennelijk steeds hetzelfde zich herhaalde.
“Gaat het dan om wetgeving op een bepaald gebied?” Had iemand anders uit de kring gevraagd.
Het mannetje dacht even na met de ogen naar het plafond. Alsof hij snel zocht naar het juiste antwoord.
“Nee, het gebeurt eigenlijk op allerlei gebieden. Of het nu gaat om belasting, arbeidswetgeving of discriminatie, overal zie je hetzelfde patroon. Zelfs als het gaat om het recht van vrije meningsuiting.”
De voorzitter had uiteindelijk uiting gegeven aan wat waarschijnlijk de hele raad het meest bezighield.
“Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn?”
Het mannetje had een beetje verlegen gekeken toen hij daarop reageerde, alsof hij iets moest uitleggen waar hij zich voor schaamde.
“Als de wet eenmaal geschreven is, dan lijkt het alsof de bedoeling er niet meer toe doet. Ze hebben het wel over de geest van de wet maar gaan er mee om naar de letter.”
Daarop had de voorzitter een korte pauze ingelast.